WERK AAN DE WERELD

STOP KINDERARBEID

TEKST MARLEEN LAVERMAN, BART SPELEERS
BEELD LIESBETH DINNISSEN, SAMUEL GRUMIAU, RODERICK POLAK

Het geld dat Nederlandse jongeren verdienen met hun bijbaantjes, geven zij uit aan kleding, uitgaan of games. Dat van 152 miljoen kindarbeiders wereldwijd wordt gebruikt om te overleven.

INDIA: KANS OP BETER WERK

Kesar (14) gaat zo naar school, zo’n tien minuten lopen van haar huis. Niet zo lang geleden was dat nog anders: ze werkte als kind in een steengroeve, waar ze haar ouders hielp bij het verzamelen van stenen. Totdat het drie jaar geleden niet goed ging met de gezondheid van Kesars vader (rechts op de foto): hij moest veel hoesten en was kortademig. Hij bracht een bezoek aan de medische checkpost die op initiatief van de lokale vakbond maandelijks naar het dorp komt. Daar werd geconstateerd dat hij lijdt aan de ongeneeslijke longziekte silicose, veroorzaakt door het werken in de steengroeve. Een schok voor het gezin. ‘Omdat papa nu niet meer kan werken, maakten we ons veel zorgen over de toekomst’, vertelt Kesar.


De vakbond schoot te hulp. Ze ondersteunen de vader van Kesar bij het krijgen van een compensatie van de overheid, omdat hij ziek is geworden van het werken in de mijnen. Zieke mijnwerkers hebben recht op een schadevergoeding van zo’n 4.000 euro. Hiermee is het inkomen van de familie voorlopig veiliggesteld. Maar minstens zo belangrijk is de toekomst van de kinderen. Na gesprekken met de lokale vakbond besloot Kesars vader dat hij zijn kinderen niet dezelfde toekomst wil geven: ‘Voor mij verandert er niets: ik ben ziek en zal ziek blijven. Maar ik wil dat mijn kinderen op zijn minst hun rechten leren en daarnaast de kans hebben op beter werk.’


Kesar gaat nu dus weer naar school, waar ze haar achterstand inloopt door de extra aandacht van de leraren. Kinderen werkzaam in de Indiase steengroeven en baksteenfabrieken worden door lokale vakbonden uit hun werksituatie gehaald en teruggebracht naar school. Tegelijkertijd onderhandelen de bonden over de verbetering van het loon en de arbeidsomstandigheden van de ouders. De bonden worden daarbij ondersteund door onder andere Mondiaal FNV en FNV Bouwen en Wonen.

NEDERLAND: VAKKENVULLEN VOOR LOWLANDS

Wie denkt dat kinderarbeid in Nederland niet voorkomt, heeft het mis. Kinderen onder 12 jaar die bijvoorbeeld optreden tijdens een concert of tv-uitzending: kinderarbeid. Maaltijdbezorgers van 15 die na 19.00 uur met een pizza, hamburger of sushi aan de deur staan: kinderarbeid. Maar dit zijn uitzonderingen, kinderarbeid komt in Nederland niet op grote schaal voor. Daar zorgt strenge wetgeving voor. Zo mogen kinderen van 12 jaar en jonger helemaal niet werken en zijn ze verplicht naar school te gaan. Vanaf 13 jaar worden de regels per leeftijd steeds soepeler. En daar maken jongeren veel gebruik van.


Bijna de helft van de middelbare scholieren heeft een bijbaan, waarmee ze gemiddeld 1.600 euro per jaar verdienen. Geld dat uitgegeven wordt aan leuke dingen doen, kleding, vakanties en uitgaan. Het populairste bijbaantje is vakkenvullen. Gymnasiast Mink van Laere (16) is sinds een half jaar vulploegmedewerker bij een Albert Heijn-vestiging in Utrecht. ‘Ik werk ongeveer vier uur per week, verdeeld over twee dagen. Vakkenvullen is best leuk als je met iemand samen werkt, anders is het saai.’ Mink verdient 5,55 euro netto per uur, exclusief vakantiegeld. ‘Vrienden van mij die ergens anders werken, verdienen minder. Dus ik ben er wel blij mee.’


Het verdiende geld geeft Mink vooral uit aan z’n drumstel. ‘Ik ben drummer en speel in de band van m’n vader. Soms treden we op in cafés of op verjaardagsfeestjes en daar verdien ik 30 tot 50 euro mee, maar die betaalde optredens komen niet vaak voor, vandaar dat ik ook bij Albert Heijn werk.’ Z’n salaris gaat verder naar vakanties en een ticket voor Lowlands. Voor kleren – jeans, T-shirts en hoody’s – krijgt Mink kleedgeld. ‘Op school heb ik les gehad over het maken van producten die we hier kopen, zoals kleding, en dat daar ook soms kinderarbeid bij voorkomt. Bedrijven beloven dat ze kinderarbeid tegengaan, maar daar komt volgens mij weinig van terecht. Maar eerlijk gezegd, ik sta er ook niet bij stil als ik iets koop. Misschien moet ik me daar wat bewuster van worden.’

BANGLADESH: SLAPEN OP EEN STAPEL JEANS

In de warme en vochtige kamer in de Bengaalse hoofdstad Dhaka ratelen de oude naaimachines door. Joy (15) en zijn drie minderjarige collega’s werken samen aan de productie van spijkerbroeken. Ieder heeft zijn eigen taak: Ronny naait de delen aan elkaar, Moksad zet de zakken erin en een derde collega zorgt voor de rits. Joy doet de laatste handeling: knopen aan de jeans zetten. Hierna zijn de broeken klaar voor verkoop aan de groothandel.


Met z’n vieren verdienen ze schrikbarend weinig: 25 taka per broek, oftewel 30 eurocent. Zes dagen per week, zo’n dertien uren per dag, werken de jongens zich in het zweet om het schamele loon bij elkaar te sparen. Zonder ventilatie of daglicht en met smerige sanitaire voorzieningen. De ‘kledingwijk’ van Dhaka herbergt nog veel meer van dergelijke sweatshops: ongeveer vijfduizend, waar 180 duizend mensen, onder wie veel kinderen, werken. Om kinderarbeid te ontmoedigen, loopt er een project van twee nieuwe lokale vakbonden, die ook de arbeidsvoorwaarden, sociale zekerheid en werkplekken van alle (kind)arbeiders proberen te verbeteren. De bonden krijgen daarbij steun van partijen als UNICEF, de nationale Bengaalse vakbond en Mondiaal FNV.


Ondanks de zware omstandigheden is de sfeer tussen de vier jongens goed. En dat moet ook wel want ze brengen 24 uur per dag, zeven dagen per week met elkaar door. De kamer waarin ze werken, dient ook als hun gezamenlijke huis. Als het geratel van de machines stopt, slepen ze de hopen textiel naar het midden van de kamer: dit is hun bed voor de nacht. Er wordt nog even gekletst, er worden filmpjes gedeeld en dan gaat het licht uit. Een paar uur rust voordat een nieuwe werkdag weer begint.

MALI: TERUG NAAR SCHOOL

Maryam (16) uit Mali was pas 13 jaar toen ze stopte met school. ‘Ik moest geld verdienen voor m’n bruidsschat en vertrok vanuit m’n dorp naar de hoofdstad Bamako waar ik zeven dagen per week werkte als huishoudster. Daarmee verdiende ik 10.000 CFA-frank (15 euro) per maand.’


In die periode voerde de Malinese onderwijsvakbond SNEC in Maryams geboortedorp een project tegen kinderarbeid uit. Leraren legden op school uit hoe belangrijk het is om naar school te gaan en een opleiding te volgen. De schoolgaande vrienden van Maryam belden haar vervolgens op. ‘Zij overtuigden me niet te trouwen en terug te gaan naar het dorp, zodat ik verder kon leren. En mijn leraren gingen naar mijn ouders om met hen te praten. Ik kon terug naar mijn dorp en school. Nu zit ik al in de achtste klas.’


Het project in Mali wordt mede gesteund door de coalitie Stop Kinderarbeid, waar ook Mondiaal FNV deel van uitmaakt. Vijf jaar geleden startte de coalitie met het opzetten van kinderarbeidvrije zones wereldwijd. Tot nu toe is dat in 76 gebieden gelukt en zijn bijna tienduizend kinderen uit het werk gehaald en naar school gebracht of tegen schooluitval beschermd. Stop Kinderarbeid, dat dit jaar vijftien jaar bestaat, heeft sinds haar oprichting in totaal al 63 duizend kinderen gered van kinderarbeid (stopkinderarbeid.nl).


Het project van Stop Kinderarbeid heeft ook nog positieve bijeffecten. In Mali bijvoorbeeld is door de aanpak het aantal kindhuwelijken gedaald. Ook Maryam is behoed voor een bruiloft op jonge leeftijd. ‘Voordat ik ga trouwen, maak ik eerst m’n school en studie af’, vertelt ze. ‘En anderen probeer ik te overtuigen hetzelfde te doen door op school lid te worden van de ‘antikinderarbeidclub’, die door SNEC is opgericht. In december 2018 slaagde ik erin een vriend, die naar Mauritanië was gegaan, over te halen terug te keren naar school.’