EVALUATIE

‘WE WILLEN EEN ANDERE, BETERE PARTICIPATIEWET’

tekst Eva Prins, beeld Jeannette Schols, Rob Nelisse en Suzanne van de Kerk

In de aanloop naar de evaluatie van de Participatiewet door het ministerie van SZW, organiseert FNV Uitkeringsgerechtigden een eigen evaluatie. Met de ervaringen van uitkeringsgerechtigden zelf. Die geven de gemeenten een dikke onvoldoende. Een – ongetwijfeld onvolledig – overzicht van de knelpunten, zoals verzameld met een enquête en tijdens diverse bijeenkomsten in het land.

Tegenprestatie:
werken zonder loon

Nieuw in de Participatiewet is de tegenprestatie die gemeenten in principe op moeten leggen. Dat gemeenten daar heel verschillend mee omgaan, is onder andere te lezen in het interview met socioloog Melissa Sebrechts op pagina 8 van deze bijlage. Telt bij de ene gemeente vrijwilligerswerk als voldoende ‘tegenprestatie’, bij een andere gemeente moet iemand structureel 20 uur in de week werken. ‘Met behoud van uitkering’ oftewel: gratis. ‘Een groot aantal gemeenten geeft op een bizarre manier handen en voeten aan de tegenprestatie’, aldus Kitty Jong, vicevoorzitter van de FNV op de drukbezochte bijeenkomst over de evaluatie van de Participatiewet begin november in Utrecht. ‘Ze zetten mensen bij werkgevers weg om productieve arbeid te verrichten onder het mom van werkervaring opdoen of werkfit worden. Werken zonder loon dus.’

Re-integratie:
vast in een baantjescarousel

Werken zonder loon beperkt zich niet tot de tegenprestatie. Ook onder het mom van re-integratie, een werkervaringsplaats, stage etc. wordt er veelvuldig zonder loon gewerkt door bijstandsgerechtigden. Verplicht. Een doorn in het oog zijn hierbij ook de – onbetaalde – proefplaatsingen die soms wel tot drie maanden zijn. Met wat geluk volgt daarna een tijdelijk contract, maar tot een vaste baan komt het zelden. De Participatiewet is op deze manier vooral een verdienmodel geworden voor werkgevers en gemeenten, constateert Felix Alejandro, bestuurder bij FNV Uitkeringsgerechtigden. De werkgevers krijgen gratis arbeidskrachten (verdringing van betaald werk!) – soms nog met subsidie. En de gemeente krijg subsidie voor ‘uitstroom’. Maar de uitkeringsgerechtigde schiet er ondertussen niks mee op omdat maatwerk – toch ook een doel van de wet – een trajectplan of leerdoelen meestal ontbreken. Legio zijn de verhalen van hoogopgeleiden die inpak- of productiewerk moeten doen in een voormalig SW-bedrijf. Vaak worden uitkeringsgerechtigden vele malen achter elkaar in dit soort ‘trajecten’ geplaatst. Een carrousel zonder uitgang. Maar bezwaar maken en procederen helpt soms, zoals het verhaal van Monique hieronder laat zien.

Bejegening:
kleinerend en wantrouwend

Volgens de wet moeten bijstandsgerechtigden streng(er) worden benaderd. Nou, dat lijkt gelukt. De helft van de 750 bijstandsgerechtigden die de FNV-enquête invulden, voelt zich niet correct behandeld door hun gemeente. 40 procent voelt zich gekleineerd, een kwart voelt zich achterdochtig bejegend en ruim 20 procent zelfs bedreigend. Dat zit in de toon van de brieven, en in de benadering door klantmanagers. Als kleuters, is nog de vriendelijkste benaming voor hoe uitkeringsgerechtigden zich behandeld voelen. Vaker vallen termen als tweederangsburgers, fraudeurs en criminelen. ‘Geïnstitutionaliseerd en gestold wantrouwen zit in de P-wet ingebakken’, zegt Kitty Jong.

‘Je moet steeds bewijzen dat je onschuldig bent, controles nemen soms schrijnende vormen aan’, aldus een uitkeringsgerechtigde tijdens een van de evaluatiebijeenkomsten die FNV Uitkeringsgerechtigden overal in het land heeft gehouden.

Sancties:
lik-op-stuk

Onderdeel van die strengere aanpak zijn ook de sancties. Het sanctiebeleid is in de Participatiewet flink aangescherpt; veel gemeenten voeren een hard lik-op-stuk beleid bij een – vermeende – nalatigheid. En dat voelen uitkeringsgerechtigden. Een kwart van de geënquêteerden heeft wel eens een sanctie gehad, het merendeel van hen wist niet waarvoor. Het sanctiebeleid is bovendien ook onverkort van toepassing op mensen met een arbeidshandicap. ‘Veel wranger kun je het niet hebben’, aldus Kitty Jong.

De sancties, variërend van een eenmalige korting van vijf procent tot maanden geen uitkering, brengen uitkeringsgerechtigden vaak in grote financiële problemen.

Ook hier geldt trouwens: bezwaar maken en procederen helpt soms. Zo werd bij Monique haar uitkering een maand stopgezet omdat ze ‘niet enthousiast genoeg zou zijn geweest.’ Ze maakte bezwaar, er kwam een hoorzitting en ze kreeg gelijk. ‘Maar ik was ondertussen wel een half jaar verder’, zegt ze, ‘en had door die maand zonder inkomsten al schulden opgebouwd.’ Haar advies: correspondeer bij voorkeur via mail. En bewaar alles!


Gewonnen!


Monique (54), een voormalig eigenaresse van een fitnesscentrum, liet het er niet bij zitten toen ze, onder ziekmakende omstandigheden, te werk werd gesteld in een palletzaak waar eigenlijk geen werk voor haar was. Dat ze niks te doen had, maakte de eigenaar echter niet uit, ze was voor hem toch ‘gratis’, zo ontdekte ze. Hij kreeg subsidie voor haar. Via het uitzendbureau dat weer werd betaald door de gemeente om Monique via een zogenaamde ‘motivatiebaan’ ‘dwingend en controlerend’ aan het werk te zetten, zo wist ze met haar advocaat boven tafel te krijgen. Monique spande een rechtszaak aan tegen de gemeente en won. Ze levert daarmee belangrijke jurisprudentie. De rechter oordeelde namelijk: gesubsidieerd werk als dit kan niet worden aangemerkt als reguliere arbeid (en kan dus geen reden zijn een uitkering te stoppen).

Kostendelersnorm
maakt gezinnen kapot

Ook nieuw in de P-wet: de kostendelersnorm. ‘Een dodelijk instrument’, volgens veel uitkeringsgerechtigden. Deze kostendelersnorm bepaalt dat als een gezin meerdere leden met een uitkering telt, ze hierop worden gekort. Vaak gaat het om ouders met een bijstands- of AOW-uitkering die gekort worden vanwege inwonende kinderen die een Wajong- of bijstandsuitkering hebben. Een kwart van de geënquêteerden heeft met de kostendelersnorm te maken gehad en dat heeft hen vele honderden euro’s gekost. En dat niet alleen: het maakt gezinnen kapot die al weinig te besteden hebben. Op de bijeenkomsten waren veel schrijnende verhalen te horen van ouders die het advies krijgen ‘hun kind dan maar op straat te zetten.’ ‘Stop hiermee’, luidt dan ook de hartenkreet.

Buiten beeld:
nuggers en schoolverlaters

Stroomden jongeren vanuit het voortgezet speciaal onderwijs en het praktijk­onderwijs vroeger vaak gelijk door naar – een betaalde baan in – een SW-bedrijf, die is, als onderdeel van de Participatiewet, op slot gegaan. Het gevolg: veel van deze jongeren zitten werkloos thuis. Beschut werk is er onvoldoende en gemeenten weten vaak niet wat ze met hen aan moeten. Ook Nuggers, werkzoekenden zonder uitkering, zijn vaak niet bij gemeenten in beeld. Als het gaat om mensen met een arbeidshandicap die in het doelroepenregister staan, heeft een gemeente voor hen een inspannings­verplichting bij de zoektocht naar werk. Maar omdat deze mensen geen uitkering hebben – en een gemeente dus niks kosten – is die verplichting in de praktijk vaak een wassen neus. Het gevolg: velen van hen staan ongewild langs de kant.

Op de schop


Voor de FNV is de conclusie duidelijk: deze wet moet op de schop. Bestuurder Felix Alejandro: ‘Wij willen een andere, een betere Participatiewet.’ Daartoe gaat het verzamelen van verhalen door, onder andere via de enquête (te vinden op www.fnv.nl/pwet). Mede op basis daarvan komt de bond in de woorden van Kitty Jong met

‘een kant- en klaar voorstel op 1 A4tje.’ En als het moet ook met acties. Alejandro: ‘Volgende keer deel ik tractors uit.’

FNV: ‘De P-wet is nu definitief ontmaskerd’

Deel deze pagina