INTERVIEW

SOCIOLOOG MELISSA SEBRECHTS

'DE BIJSTAND
MOET HUMANER'

Tekst: Luuk Obbink, beeld: Liesbeth Dinnissen

'Er hangt een gesloten gordijn rond de Participatiewet'

Toen onderzoekers van de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht in kaart wilden brengen wat de ervaringen zijn van bijstandsgerechtigden met de Participatiewet, stuitten zij op een opmerkelijk fenomeen: de invulling van de wet kan per gemeente enorm verschillen. ‘Mensen ervaren dit als zeer onrechtvaardig’, zegt postdoctoraal onderzoeker Melissa Sebrechts.

‘De bijstandsgerechtigden die wij hebben gesproken, snappen er helemaal niks van. Ze zeggen: we wonen toch in hetzelfde land? En ongeveer de helft wist niet eens van de verschillen’, vertelt Melissa Sebrechts die samen met universitair docent Thomas Kampen onderzoek deed naar de beleving van de Participatiewet. Of het ook onrechtvaardig ís? Daar wil Sebrechts als socioloog geen uitspraak over doen. ‘Duidelijk is wel dat overheden veel beter moeten uitleggen waarom die verschillen er zijn. Er hangt nu een gesloten gordijn rond de Participatiewet.’


Zelfgemaakte inventarisatie

Om te kunnen onderzoeken wat de ervaringen van bijstandsgerechtigden zijn met de uitvoering van de Participatiewet, wilden de onderzoekers eerst een inventarisatie hebben van hoe gemeenten de wet hebben ingevuld. Maar die bleek nergens voorhanden. Daarop besloten ze het beleid zelf maar in kaart te brengen. Tientallen verordeningen bestudeerden ze om vervolgens de gemeenten in te delen in vier categorieën: gemeenten met weinig rechten en plichten in de verordening, gemeenten met veel rechten en plichten in de verordening, met weinig rechten en veel plichten en met veel rechten en weinig plichten. Onder plichten verstaat het tweetal de tegenprestatie en de sancties, als rechten worden gekwalificeerd de inkomenstoeslagen en de premie voor een participatieplaats.


Politieke kleur

Zo kwam aan het licht dat er enorme verschillen tussen gemeenten zijn: de opgelegde sanctie voor dezelfde nalatigheid varieert van 5 tot 100 procent strafkorting, de tegenprestatie van eenmalig 4 uur tot structureel 20 uur in de week, de individuele inkomenstoeslag van 100 tot 500 euro en de premie voor een participatieplaats van 50 tot 300 euro.

Volgens Sebrechts moet de overheid deze verschillen veel beter uitleggen. ‘Met de Participatiewet hebben de gemeenten een instrument gekregen om maatwerk te leveren en om het beleid af te stemmen op bijvoorbeeld de situatie op de lokale arbeidsmarkt. Maar dat begrijpt bijna niemand. En natuurlijk hangt de invulling van de wet ook samen met de politieke kleur van het lokale bestuur. Mensen hebben er bij de lokale verkiezingen zelf voor gekozen. Maar ook dat realiseert niet iedereen zich.’


Mensenwerk

Met 53 cliënten, geselecteerd uit de vier categorieën gemeenten, gingen de onderzoekers in gesprek over hun ervaringen met de Participatiewet. Een inkoppertje: cliënten uit de groep met weinig plichten en veel rechten zijn waarschijnlijk het meest te spreken over de aanpak, want wie wil dit niet? ‘Die relatie is er niet’, haalt Sebrechts de stelling resoluut onderuit.
Een keiharde verklaring hiervoor heeft ze niet, maar wel een vermoeden. ‘We hebben gekeken naar de verordeningen, maar dat zegt nog niet alles over hoe regels in de praktijk worden toegepast. Dat blijft mensenwerk. Misschien zijn de verschillen tussen klantmanagers binnen één gemeente wel groter dan tussen gemeenten onderling.’


Recht, ruil of gift?

De onderzoekers vonden ook een andere factor die invloed lijkt te hebben. ‘Met onder meer de tegenprestatie is de voorwaardelijkheid in de bijstand toegenomen. De mate waarin men dat accepteert, hangt samen met hoe er over de uitkering wordt gepraat en gedacht. Je kunt een uitkering zien als een recht, als een ruil, of als een gift. Een kwart van de mensen ziet het als een recht. Deze mensen hebben de grootste moeite met de tegenprestatie en spreken al snel van slavenarbeid. Ze hebben recht op een uitkering, waarom zouden ze er wat voor moeten doen?’, schetst Sebrechts.

‘Mensen die de uitkering zien als een gift zijn vooral dankbaar: mij hoor je niet klagen. De tegenprestatie is geen probleem. Onder deze groep heerst ook veel schaamte om afhankelijk te zijn van een uitkering. Voor mensen die hun uitkering zien als een ruil, veruit de grootste groep, is de toenemende voorwaardelijkheid ook geen probleem: het is logisch dat ze er iets voor moeten doen.’

Opmerkelijk is dat dertig jaar geleden op een vergelijkbare manier is onderzocht hoe mensen tegen hun uitkering aankeken, vertelt Sebrechts. In de studie van 1989 zag de overgrote meerderheid de uitkering als een recht. ‘De manier van denken is in de loop van de jaren behoorlijk veranderd.’


Flutbaantje

Door het onderzoek en de tientallen gesprekken heeft Sebrechts de nodige ideeën opgedaan over wat er te verbeteren valt aan de uitvoering van de bijstand. ‘De aanpak moet realistischer en bijstandsgerechtigden geen valse hoop bieden. Het doet iets met je als je voor de vijfhonderdste keer een afwijzing krijgt, maar moet blijven solliciteren. Of als je steeds naar een tijdelijk flutbaantje wordt gestuurd.’ Met de wederkerigheid en de tegenprestatie is wat haar betreft principieel niet veel mis, maar het moet wel in verhouding staan. ‘De bijstandsgerechtigde moet inspraak hebben in wat het inhoudt en er iets mee opschieten. Dat is nu lang niet altijd het geval. Vaak is het gewoon een extra voorwaarde, waar niets tegenover staat.’


Humaner

Tot slot is er op het gebied van bejegening van bijstandsgerechtigden nog een wereld te winnen. ‘We horen nogal eens dat mensen zich gekleineerd voelen. Opvallend is wel dat dit gedrag per klantmanager kan verschillen, dus kennelijk is het geen beleid. Maar het helpt niet om mensen weer aan het werk te helpen. Kortom: het beleid mag wel wat humaner.’ Geen vreemde conclusie voor de Universiteit voor Humanistiek.


Enorme verschillen

De opgelegde sanctie voor dezelfde nalatigheid varieert in de onderzochte gemeenten van 5 tot 100 procent strafkorting, de tegenprestatie van eenmalig 4 uur tot structureel 20 uur in de week, de individuele inkomenstoeslag van 100 tot 500 euro en de premie voor een participatieplaats van 50 tot 300 euro.

Deel deze pagina